Laudatio emeritus Deken Valeer Deschacht (°13-2.1925)

Mijnheer de voorzitter, beste Luc, geachte aanwezigen, het is mij een eer voor de eerste keer in mijn leven een Laudatio uit te spreken. Beste Valeer, neem het me derhalve niet kwalijk dat dit woord van me een voorzichtige poging is om een mensenleven dat haast een eeuw overspant te schetsen en hier en daar ook wat in te kleuren!
Valeer Deschacht werd geboren in Veurne, diep in de Westhoek en voor de kenners in dat deel dat men gemeenzaam ‘bachten de kupe’ noemt. Een stukje vaderland dat sinds de Belgische onafhankelijkheid maar één keer bezet is geweest. Een lap poldergrond waar de beste tarwe geteeld wordt en waar de vette weiden haast niet meer te betalen zijn. Dààr is hij geboren, in de stad Veurne. Zijn ouders baatten een beenhouwerij uit. Maar noch de vruchtbare grond noch de bloeiende zaak van zijn ouders heeft hem aangetrokken. Tijdens zijn collegetijd trad hij toe tot de KSA die toen nog een jongerenbeweging was die probeerde om een idealistisch tegengewicht te bieden aan jongeren die wel Vlaamsvoelend waren maar niet rechts en die gelovig wilden leven. Vlaanderen hernieuwen in Christus: de oude slogan van de katholieke actie van rond de eeuwwisseling werd door kanunnik Dubois doorgegeven aan veel generaties ontvankelijke jongens. Valeer was er een van. Hij werd leider en jeunde zich in de beweging. Hij voelde zich gaandeweg geroepen om priester te worden en werd, schrander als hij is, naar Rome gestuurd. Aan de Gregoriana, dè topuniversiteit in de kerk, gerund door Jezuïeten, studeerde hij dogmatische theologie en maakte een masterscriptie over Teilhard de Chardin. Terug in Vlaanderen deed hij gedurende 18 maanden legerdienst, in volle Koreacrisis! Op zijn verzoek werd hij daarna benoemd in de concrete parochiepastoraal in Torhout, een toch wat ongewone wissel in het leven van een jonge theoloog. Waarom koos hij voor een benoeming als onderpastoor? Wilde hij de theologie verankeren in het geleefde geloof van de mensen? Had hij het contact met gewone mensen gemist in Rome? Ik zou zeggen: vraag het hem misschien zelf. Na drie jaar werd hij benoemd bij de christelijke middenstand (met Albert De Clerck, jawel de vader van), bij de christelijke werkgevers (met Leon Bekaert) en in het Vlasverbond (dat dit jaar 100 jaar bestaan viert). Men heeft mij altijd verteld dat hij als jonge proost samen met Roger Windels een reis naar de Verenigde Staten maakte waar hij kennis maakte met wat wij nu noemen ‘het vormingsinstituut’. Inderdaad, hij ligt mee aan de basis van deze unieke vorm van onderricht: in modules; op maat; in de avond als het moet; inspelend op steeds nieuwe trends… Hij heeft het mee mogelijk gemaakt dat zeer veel mannen en vrouwen een bijkomende opleiding konden volgen waarmee ze dan aan de slag gingen als patroon, in een bepaald beroep… Dit is een voorbeeld van innovatief denken en handelen. Hoe onderwijs in de klassieke gekende vorm voor velen niet toereikend is, niet beantwoordt aan hun profiel of levensloop. Tot aan zijn pensionering was Valeer proost van deze bewegingen en maakte hij in de coulissen belangrijke beslissingen mee mogelijk. Hij was proost in een tijd toen men zonder problemen de ‘K’ in de naam hooghield en toen Rome Rome nog was, om Roger Verkarre te citeren. Op zijn 65ste aanvaardde hij de benoeming tot deken van Kortrijk wat hij geweest is tot zijn 75ste.
Valeer is zich gaandeweg gaan ontpoppen tot een auteur. Wie zijn naam googelt, zal een hele lijst van boekjes en publicaties vinden. Ik stel me voor dat velen van u, geachte aanwezigen, in hun boekenkast een of meer boekjes van Deschacht hebben staan. Velen bewaren ergens een tekst van hem in hun portefeuille of dragen die mee in een handtas… Er zijn er ongeveer 50 verschenen, van die kleine boekjes. Maar bij Hernieuwen verschenen ook een reeks gebedenbundels. Zijn insteek is die van een mild humanisme dat vanuit eigen beleving zich richt tot God zelf, meestal om te vragen goed te mogen leven. Mag ik een gebed citeren?

 

Trouwe God,
Een mens kan zich moeilijk alléén handhaven in het leven.
Hij heeft nood aan iemand die hem nooit in de steek laat
En bij wie hij steeds terecht kan.
Geef iedereen, God,
Het geschenk van een trouw mens.
Laat ons zelf betrouwbaar zijn,
Een toeverlaat voor velen.
Mogen wij ervaren dat Gij een God van trouw zijt
‘die voor ons zorg draagt en die niet toelaat dat wij ooit wankelen’ (Psalm 55)
En wij zijn er zeker van, Heer, dat Gij trouw
Ons bij onze naam zult noemen,
Als de herinnering aan ons op aarde voorgoed verdwenen is.

 

Valeer is auteur maar hij is ook een verwoed lezer. Indachtig de spreuk die nu de voortuin van het seminarie in Brugge siert: timeo hominem unius libri, blijft Valeer ongelooflijk veel lezen. Zijn dubbel appartement is volgestouwd met boeken. Er hangt een leien plaat in zijn werkkamer: ‘Elk uur, onmetelijk rijk’. Valeer laat geen tijd verloren gaan. Hij blijft lezen en werken en schrijven en noteren wat hem aangaat.

 

Zo is hij geweest voor zeer veel mensen: een betrouwbare priester, een trouwe tochtgenoot, een stille maar nadrukkelijk aanwezige raadsman, altijd keurig gekleed en voornaam, ietwat gereserveerd. Mèden agan zegden de oude Grieken: nooit te veel. Het zou zijn motto kunnen zijn.
Valeer heeft altijd nadrukkelijk priester willen zijn. Met zijn geschriften, citaten en eigen teksten wil hij het geloof verkondigen op ‘een wijze die ze konden verstaan’. Er zijn in het bijzonder twee dingen die hem zeer ter harte gaan: de waarheid van ons geloof, dat is het eerste. Valeer is opgegroeid in een tijd waar geloofsapologetica een belangrijke discipline was. Het geloof moet uitgelegd worden, verdedigd. We moeten ons wagen op het publieke forum en onze katholieke stem laten horen. Want wij dragen als ‘een schat in aarden vaten’, het geloof in de Heer Jezus, in wie God ten diepste tot leven is gekomen. Jezus is verrezen en dat is de grond onder onze christelijke voeten. Een tweede zaak die hem zeer ter harte gaat: wij zijn geborgen in Gods trouw, in Gods goedheid. Het is goed hier de link te leggen naar zijn proefschrift uit zijn Romeinse tijd: over Teilhard de Chardin; over de relatie tussen wetenschap en geloof. Voor Valeer is die relatie wederkerig en aanvullend. Het doet hem pijn te zien hoe de katholieke media verdwijnen uit het publieke forum. Hoe de rationaliteit van de positieve wetenschappen zowat alles domineren. Hoe de zin voor het spirituele alleen nog in een soort algemene en diffuse vorm voorkomt maar hoe het kerkelijk beleden geloof verdampt. Het gaat Valeer echt aan dat er zo weinig priesterkandidaten opstaan. Hoe zullen we morgen eucharistie kunnen vieren, met een slinkend aantal priesters, zo vraagt hij zich af? Dat het probleem dieper zit, lijkt hij soms te vergeten. Er zijn weinig seminaristen maar er zijn ook steeds minder gelovigen… Het moet hem pijn doen om te zien hoe de kerk verschrompelt en nauwelijks nog een publieke rol te spelen heeft. Deze woorden klinken des te wranger in het besef dat we straks in april zullen gedenken dat het tien jaar is sinds Roger Vangheluwe zich heeft geout.
Zelf mocht ik Valeer leren kennen in Rome. Het was de winter van 1979. Karol Wojtyla was in oktober ’78 tot paus verkozen. En zijn jaargenoten van het Belgisch College van direct na de oorlog waren allemaal afgezakt naar de eeuwige stad om hun Karol te ontmoeten. Een merkwaardig weekend dat ik om meerdere redenen nooit zal vergeten. Ik ontving later – een tweede anekdote – van hem een mooi kaartje om me te danken voor een inleiding die ik had gehouden ergens voor een groep toen nog CMBV-dames en hij beloofde me twee van zijn recente boekjes op te sturen. Ik heb ze nooit ontvangen. Ze zijn waarschijnlijk door een postbode op zoek naar mooie woorden, onderschept… Valeer herinner ik me ook uit zijn aanwezigheid in de priesterraad. Ik was toen secretaris van moderator Antoon Desmet en hij was in de kracht van zijn leven. Ik zie hem opstaan en het woord vragen. Of de bisschop in Rome kon pleiten om gehuwde mannen tot priester te wijden. Hij sprak zuinig maar duidelijk. De bisschop beloofde maar tot op heden zijn er nog geen viri probati tot priester gewijd.
Raptim transit! Duc nos quo tendimus: twee bisschopsleuzes uit de rookkamer van het voormalige Sint-Jozefsinstituut in Torhout. De tijd vliegt snel voorbij; leid ons, Heer, naar waar wij streven. Vandaag is het zeer gepast om Valeer te danken voor zijn volgehouden trouw aan zijn roeping, aan het volk hier in Zuid-West-Vlaanderen dat hij mocht dienen, voor zijn concrete vriendschap met zovelen. Dat je verlangen, Valeer, levend mag blijven en helder, zoals dat vandaag het geval is. Dat je priester mag zijn in heel je persoon. Nu weliswaar eerder contemplatief en biddend dan actief mee betrokken in de stroom van de feiten.
Valeer, voor u is elke nieuwe dag een waaier van mogelijkheden, een uitdaging om creatief in te gaan op de kansen die zich hoe dan ook aandienen.

 

Goede God, deze nieuwe dag ontvang ik
Als een geschenk van U
Dat anderen en mij gelukkig maakt.
Dankbaar aanvaard ik dit.
Gisteren ebde weg in het verleden,
Morgen lijkt voor mij een onbekende,
Vandaag schijnt onmetelijk rijk.
Laat me aandachtig zijn
Voor wie ik ontmoet.
Ik wil hun graag mijn tijd
En genegenheid schenken.
Doe me vooral beseffen hoe kwetsbaar we zijn,
Wij die naar blijdschap hunkeren
En al te vlug de moed verliezen.

Valeer, dank voor uw inzet en uw zijn al die jaren. U wordt er binnenkort 95 en we zingen met de woorden van een oude kerkelijke hymne: ‘lang zal hij leven in de gloria’.